|
Projecten voor de openbare ruimte |
|||||||
Ik heb mij, zodra ik de academie had verlaten, bezig gehouden met de relatie tussen beeldende kunst en de openbare ruimte. Ook in die openbare ruimte hoort het onzichtbare, ‘zichtbaar’ gemaakt te worden. Niet alleen in het museum of in de galerie. Bovendien behoort de inrichting van die openbare ruimte niet alleen door architecten, stede bouwkundigen en goed bedoelende ambtenaren te worden bepaald en te worden ingevuld. Kernbegrippen voor mijn werk aan openbare opdrachten zijn: muzikaliteit, complexiteit en tegenstrijdigheid. Mijn enthousiasme daarentegen voor harmonie, eenvoud (‘less is more’, weet je wel) en eenduidigheid is zeer gering. Ik herken mijn werk in het commentaar
dat de kunstcritica Ella Reitsma eens gaf: “De beelden van Jan
Jacobs Mulder bepalen de ruimte niet door hun volume. Ze maken elke ruimte
bijzonder door hun muzikaliteit. Ritme, maatverhouding en de ‘melodische’ lijn
zijn zeer krachtig. Op een verrassende manier worden strengheid en beweeglijkheid
met elkaar geconfronteerd. Een mathematische ordening wordt plotseling
onderbroken door agressieve “uitschieters” of door er een
raadselachtige, bijna kwetsbare vorm tegenover te zetten”. |